Tot 2030 fors meer duurzame stroom nodig voor elektrificatie industrie

13-4-2021, ChangeInc.

Nederland heeft in 2030 behoefte aan veel meer duurzaam opgewekte stroom dan in het Klimaatakkoord is voorzien. In plaats van de 84 TWh aan elektriciteitsproductie waarvan werd uitgegaan is 129 TWh nodig. Dat stelt de Stuurgroep Extra Opgave in een vrijdag uitgebracht advies aan demissionair minister Van ’t Wout.

De stuurgroep was ingesteld om de oorspronkelijke ambitie uit het Klimaatakkoord te evalueren en bestaat uit vertegenwoordigers van industrie, energieproducenten en netbeheerders. De oorzaak van de grote extra elektriciteitsvraag is de verduurzaming door elektrificatie van de industrie en de mogelijke uitbreiding van datacenters in Nederland. Volgens de stuurgroep is het niet de vraag of de industrie gaat elektrificeren, maar wanneer. Elektrificatie is 'de meest duurzame manier om op structurele wijze de broeikasgasemissies in de industrie te verminderen.' Maar dit kost wel tijd. Daarom is het zaak hier tijdig mee te starten, aldus het advies.

Lees ook: Elektrificatie van de industrie moet nu beginnen om in 2030 impact te hebben

En dat gaat niet vanzelf. De elektrificatie van de industrie komt nu nog maar langzaam op gang. Dat komt omdat sommige processen moeilijk te elektrificeren zijn, zoals het genereren van hoge temperaturen, maar ook omdat groene stroom en groene waterstof economisch niet de meest aantrekkelijke verduurzamingsopties zijn voor de industrie. Aardgas is door de huidige CO2 prijs nog altijd veel goedkoper. Daarbij komt dat het overgaan van aardgas op elektriciteit grote aanpassingen vraagt in productieprocessen en de energie-infrastructuur van industriële bedrijven. Dat brengt investeringskosten met zich mee waarvan onduidelijk is hoe snel die kunnen worden terugverdiend.  

Lees ook: Een geelektrificeerde industrie in 2050, wat is hier voor nodig?

Onzekerheid over vraag en aanbod

Naast deze bedrijfseconomische redenen speelt ook de onzekerheid over het aanbod van voldoende en betaalbare groene stroom een rol. Zo zijn in Nederland alleen nog proefprojecten op kleine schaal voor de productie van groene waterstof en is het de vraag wanneer deze technologie de schaal bereikt die de industrie nodig heeft voor elektrificatie. Ook is nog niet zeker of er op termijn wel voldoende aanbod zal zijn van goedkope groene stroom, van bijvoorbeeld wind op zee en of de benodigde elektriciteitsinfrastructuur wel op tijd gereed zal zijn. 

Lees meer: Elektriciteitsverbruik industrie wordt een groot probleem

Tegelijkertijd hebben duurzame stroomproducenten juist behoefte aan zekerheid over de toekomstige extra elektriciteitsvraag. Want zij hebben op hun beurt een elektriciteitsprijs nodig die voldoende bijdraagt aan een positieve business case om te investeren in nieuwe hernieuwbare opwekcapaciteit. Daarnaast is het van belang dat de extra elektriciteitsvraag het variabele aanbod kan volgen. Duurzame energieopwekking is weersafhankelijk, waardoor op momenten dat er veel productie is en de vraag gelijk blijft, de stroomprijs sterk daalt en vice versa. Om dit effect te verminderen zal de vraag moeten gaan meebewegen met het aanbod of het aanbod beter gereguleerd worden door bijvoorbeeld opslag of de productie van waterstof. Het vooruitzicht op extra flexibele vraag is er volgens de stuurgroep nu onvoldoende, ‘waardoor de business onder druk staat wat een risico is voor de verdere uitrol van wind op zee.’

Impasse

Om ervoor te zorgen dat er extra aanbod wordt gerealiseerd is het dus van belang dat er zekerheid komt over de extra vraag. En de extra vraag is weer afhankelijk van de zekerheid van het aanbod. Deze impasse kan volgens de stuurgroep opgelost worden door ‘een verschuiving in beleid van stimulering van de aanbodzijde naar stimulering van de keten.’ Dat houdt in dat de overheid zo snel mogelijk start met actieve vraagsturing om (directe en indirecte) elektrificatie van de industrie op gang te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanpassen van subsidieregelingen ten gunste van elektrificatieprojecten in de industrie en door het afschaffen of wijzigen van de energiebelasting op groene waterstof.

Daarnaast adviseert de stuurgroep de overheid om de realisatie van 45 TWh extra hernieuwbare-elektriciteitsproductie in 2030 mogelijk te maken. Daarvoor is onder andere 10 GW extra wind op zee in 2030 nodig. Het Rijk kan dit stimuleren door de ruimtelijke reserveringen en uitgifte van kavels (tenders) nu in gang te zetten en de benodigde infrastructuur ontwikkelingen nu te starten. Ook kan de overheid bijdragen aan de flexibiliteit van het energiesysteem door bijvoorbeeld subsidies op hybride energieparken waarbij de duurzame stroom direct wordt opgeslagen of omgezet in waterstof of warmte.

Sleutel tot succes

De stuurgroep benadrukt dat al deze maatregelen alleen effect zullen hebben als ze in samenhang ingevoerd worden. ‘Het selectief weglaten van onderdelen in de uitvoering maakt dat gaten ontstaan in de aanpak waardoor het beoogde keteneffect kan uitblijven en elektrificatie alsnog onvoldoende tot stand komt.’ Tenslotte zullen partijen op een andere manier met elkaar moeten samenwerken om de gestelde doelen te halen. ‘De sleutel tot succes is een andere manier van samenwerking tussen de spelers om gezamenlijk de risico’s te verminderen.’

lees artikel (opent nieuw scherm/tabblad)

Deel dit bericht

Artikelen over Wind op zee

Ander nieuws over Energie